VoorTraining &
Conditietraining
De "voortraining" is sinds jaar en dag een
klassieke "vaste waarde" in onze wekelijkse zwembadsessies. Het is
een groepsgebeuren dat dienst doet als een zeer nuttige
opwarming waarbij de spieren wat losgegooid worden en de misschien
wat stramme longen voorbereid worden met apnea's. Tevens biedt het
onze instructeurs wat (adem)ruimte om ondertussen de ploegen samen
te stellen voor het lesgedeelte van onze zwembadsessies.
De voortraining moet niet alleen nuttig zijn maar ook leuk en
daarom kan het interessant zijn wat variatie te brengen in de
oefeningen. Hieronder hebben we als voorbeeld enkele mogelijke
oefeningen opgesomd die aan bod kunnen komen tijdens zo'n voortraining.
Tenslotte zijn er ook enkele voorbeelden van oefeningen die kunnen
dienen voor conditietraining. Veel leut!
Opgelet: bij de apnea-oefeningen (gemarkeerd met [A])
moet er telkens iemand aangeduid zijn die omwille van veiligheid alles
en iedereen nauwgezet in het oog houdt!
Alle
tips/suggesties/bemerkingen/aanvullingen zijn meer dan welkom!
Individuele oefeningen:
- Een "klassieke" opwarmer is enkele lengtes, of rondjes,
snelpalmen/vinnen...
- En we hebben uiteraard alle mogelijke variaties op lengtes palmen/vinnen.
Vb. heen en terug op tuba/snorkel (al dan niet gecombineerd snel/traag). Of
heen op tuba, eendenduik (hoekduik) in het diep (al dan niet met lood
afleggen en/of bril ledigen) en terug op de rug... enz.
- Enkele lengtes palmen, op tuba, in crawl-slag helpt ook bij
het losmaken van de armspieren.
- Een lengte aan de oppervlakte met slechts 1
vin (de andere vin hou je in je handen voor je als hoogteroer).
- [A] Een lengte onderdoor hoort er natuurlijk ook steevast bij. En
waarom eens niet voor de verandering die lengte onderdoor op de rug
(ondersteboven) afleggen, of ronddraaiend in een spiraal om je
lengteas ?
- [A] Een lengte onderdoor in "dolfijnslag", d.w.z. met een soepele
beweging waarbij de beide vinnen/voeten/benen steeds naast mekaar blijven en
synchroon bewegen.
- [A] De "striptease onderdoor": je vertrekt in apnea, in het diep
gekomen leg je je loodgordel af, stijgt en keert op de rug terug.
30sec op adem komen, opnieuw onderdoor in apnea en je doet 1 vin uit
en steekt die onder de loodgordel, stijgen en op de rug terugkeren.
Weer 30sec op adem komen, onderdoor in apnea en je 2de vin uitdoen en
onder de loodgordel steken, stijgen en je blijft aan de kant in het diep.
30sec op adem komen, met een eendenduik naar beneden, op de bodem zitten,
vinnen aandoen, loodgordel aan, en verder in apnea onderdoor naar het
ondiep.
- [A] Enkele rondjes van het zwembad in jojo-stijl: vertrekken op
tuba aan de oppervlakte, dan eendenduik (in het diepe gedeelte),
of "dolfijn-duik" (in het ondiepe), tot op de bodem, stijgen en
tuba klaren en terug duiken, enz.
- [A] Een rondje zwembad in "lusjes"-stijl: vertrekken op tuba aan de
oppervlakte, een voorwaartse rol maken (niet in het meest ondiepe stuk
uiteraard), aan de oppervlakte
terug enkele palmslagen voorwaarts, terug een rol, enz.
- [A] Een variante op voorgaande oefening is zwemmen op de rug en telkens
een rol achterover maken, terug aan de oppervlakte enkele palmslagen
geven, opnieuw een rol achterover, enz. en dit voor een ganse lengte.
- [A] De klassieke apnea's, al dan niet gecombineerd met masker
ledigen, mogen we niet vergeten.
- [A] Een lengte onderdoor met slechts 1
vin (de andere vin hou je in je handen voor je als hoogteroer).
- [A] Stopselen, al dan niet gecombineerd met even
watertrappelen tussendoor en/of met of zonder lood,
kan zeker het programma aanvullen.
- [A] Slalom/hindernissenparcours onderwater: met v.b.
wat lege PET-flessen die je ondersteboven met een touwtje als een
"ballonnetje" onderwater aan een dikke loodblok op de bodem hangt
kan je een leuk slalomparcours uitstippelen en zo v.b. de
behendigheid van de duiker onderwater oefenen en verbeteren (denk
v.b. aan de mogelijkheid om ter plaatste te "helicopteren" enz.).
Je kan ook met PE-buizen (v.b. typisch gebruikt voor soepele
waterleidingen in de muur) haspels maken, ofwel open in de vorm
van een omgekeerde U met aan beide uiteinden een touwtje en een
loodblok, ofwel ronde met dan een touwtje/loodblok onderaan
waar je duiker door moet enz.
Een lange elektrabuis kan je met PET-flessen als drijvers aan
touwtjes aan de uiteinden horizontaal op gewenste diepte in het
water hangen en zo dan een erover/eronder hindernis te maken, enz.
Of je kan op een stapeltje oude CD's met een alcoholstift letters
en cijfers noteren en je smijt dan die CD's verspreid onderwater
en je moet als duiker dan de juiste letters/cijfers zoeken om
een bepaald woord te kunnen vormen, enz. enz. enz...
Opm. als je het touwtje voor de loodblok laat eindigen in een
grote lus, dan moet je niet zitten knopen leggen op de loodblok
maar kan je die lus gewoon door een van de gleuven van de loodblok
steken en het luseinde dan over de blok trekken en die zit vast
(en kan nadien zonder gesukkel met knoppen zo terug los)!
- Een 5-tal minuten watertrappelen, en om het leuker te maken
doen we dat terwijl we ons lood netjes boven water in onze hand houden...
Je kan dit ook uitbreiden door met een aantal duikers in een kring te
gaan watertrappelen waarbij 1 duiker zijn lood op de bodem laat liggen,
en die krijgt dan de loodgordel toegestopt van de duiker links, en deze
krijgt dan weer de loodgordel van de duiker aan zijn linkerkant, enz. en
dat doe je totdat na 2 keer iedereen weer zijn eigen loodgordel heeft.
- ...
Ploeg-oefeningen:
- Enkele lengtes aan de oppervlakte met 2 (of 3) naast mekaar, op
1 tuba die telkens wordt doorgegeven.
- "Treintje aan de oppervlakte": beide duikers zwemmen op
tuba, de laatste houdt de vinnen vast van de eerste die alleen
door met de armen te zwemmen het "treintje" voorttrekt. Als dit te
moeilijk is kan je eventueel ook de laatste duiker een beetje
laten meepalmen.
- Op de rug slepen naar de overkant, met het "slachtoffer" in
een goede houdgreep langs het hoofd, aan de overzijde gekomen terug
met de rollen omgekeerd. Deze sleepoefening kan v.b. ook gecombineerd
worden met een reddingsoefening op het moment dat de rollen omgewisseld
worden.
- "Trekkertje spelen": een oefening met 3, alledrie op tuba, waarbij
alleen de middelste duiker palmt, en de duikers links en rechts houden zich
met gestrekte arm vast aan de handen van de trekker en laten zich
voortslepen. Het is de bedoeling dat de duikers links en rechts zich
ver genoeg afduwen van de middelste (trekker) om ervoor te zorgen
dat deze een krachtige palmslag kan gebruiken zonder de buitenste duikers
te hinderen. Op het einde van iedere lengte verwisselt men de rollen zodat
na 3 lengtes iedereen 1 keer getrokken heeft.
- "Duwen maar": je staat in groepjes van 2 tegenover mekaar, je
haakt je handen -met gestrekte armen- in mekaar en je probeert mekaar al
palmend achteruit te
duwen. Je kan dit doen aan de oppervlakte, op tuba, of onderwater.
- [A] "Treintje onderdoor": de voorste gaat plat op de bodem
liggen en de tweede pakt zijn vinnen vast en duwt de eerste voort
tot aan de overzijde. Daar aangekomen even ventileren en de
rollen omdraaien, ofwel gewoon direct terug op de rug en aan de start
de rollen omdraaien.
- [A] "Treintje" gecombineerd met een redding (BEFOS-greep): de voorste
duiker laat zich aan de muur in het diep naar de bodem zakken, wordt
gered door de duwer die het 'slachtoffer' op de rug terug naar het ondiep
sleept.
- [A] "Rugzakje spelen" is een variante op voorgaande oefening: we
vertrekken weer met 2 duikers op tuba, de eerste duikt onder tot
"armdiepte" en de tweede ligt aan de oppervlakte boven de onderste
en houdt die vast bij de schouders. De onderste duiker sleept op die
manier de bovenste mee als een soort "rugzak". Bij de lengte
terug wisselen beide duikers van plaats.
- [A] "Visje onderdoor"... hetzelfde als "haasje over", maar dan onder
water... je stelt je op in ploegen van max. 10 duikers op een rijtje achter
mekaar in het ondiep, op 2 meter van mekaar, met de benen gespreid.
De laatste in het rijtje duikt telkens onder de benen door van zijn
voorgangers en stelt zich dan opnieuw op met de benen gespreid als eerste
van het rijtje, enz. en zo maken we een rondje in het ondiep. Gaandeweg
kunnen we de afstand tussen de duikers vergroten om zo de oefening een
beetje moeilijker, maar ook leuker te maken.
Meerdere ploegen kunnen zich naast mekaar opstellen.
Opmerking: Op de grens met het diep moet je als kleinere rechtstaande
duiker eventueel je snorkel gebruiken om te kunnen ademen...
- ...
Oefeningen voor de conditietraining:
Uiteraard kunnen alle oefeningen hierboven vermeld aan bod komen, plus
nog de suggesties hieronder, en uiteraard laat je je eigen fantasie
niet achter in de kleedkamer...
- Een intervaltraining: een reeks van telkens 1 lengte snel palmen
op tuba en dan 1 lengte (traag) terug op de rug of tuba, enz.
- "Tikkertje spelen": om voorgaande
intervaltraining wat leuker te maken kan de groep in 2 rijen opgesplitst
worden waarbij de eerste rij een voorsprong krijgt van v.b. 3 meter.
Beide rijen starten uiteraard op hetzelfde moment en de tweede rij
probeert de eerste in te halen vooraleer zij aan de overkant zijn.
- Een intervaltraining in groepjes van telkens 3 duikers: de oefening
start met duiker 1 en 3 aan één zijde van het zwembad, en
duiker 2 aan de overzijde. Duiker 1 palmt zo snel mogelijk naar duiker 2
aan de overzijde en rust daar even terwijl duiker 2 zo snel mogelijk
overpalmt naar duiker 3 en daar rust, duiker 3 neemt over en palmt zo
snel mogelijk naar de overzijde waar hij afgelost wordt door duiker 1,
enz.
- Een lengte aan de oppervlakte, op tuba, maar zonder masker.
Eventueel aan te vullen door in het diep met een mooie eendenduik
naar beneden te gaan, masker opzetten en leegblazen en terug stijgen,
of eventueel onmiddellijk een lengte onderdoor.
- 5 minuutjes "dobberen": aan de oppervlakte, op tuba, de benen
plooien, de knieën tegen de borst en de armen rond de knieën
geslagen, en zo blijven dobberen en op tuba ademen.
- Een ster met x (2, 3, 4...) duikers op tuba: we leggen ons in
een cirkeltje, met de hoofden naar het midden gericht, aan de oppervlakte
en ademen om beurt op 1 tuba die in uurwijzerzin wordt rondgegeven. Je
neemt telkens de tuba aan van je voorganger, steekt het mondstuk in de
mond en blaast de tuba leeg, ademt 1 keer goed en geeft de tuba door
aan je collega aan je linkerzijde.
- "The poor men's UW-scooter...": een rondje van het zwembad onderdoor,
op fles maar waarbij je de fles voor je uit duwt (met de kraan naar je toe).
De truc is voldoende snelheid te halen en de fles lichtjes schuin omhoog te
houden zodat die vanzelf tijdens het palmen blijft 'zweven'. Je moet maar
denken dat je aan het OW-scooteren bent...
- [A] Een leuke maar ook vermoeiende oefening is het "stopselen op tuba":
volledig analoog aan het gewone stopselen, maar met tuba. De truc is dat je
tijdens het opstijgen omhoog kijkt en uitademt door je tuba zodat
als je aan de oppervlakte komt je nog maar heel even moet doorblazen
om de tuba te klaren en gelijk opnieuw in te ademen vooraleer je
terug onder water verdwijnt.
- [A] Met 2 (of 3) naast mekaar tussen 2 waters, op 1 tuba, waarbij telkens
1 duiker even boven op tuba gaat ademen, dan naar beneden de tuba
doorgeven aan de collega die dan gaat ademen, en zo een
rondje van het zwembad doen.
- [A] "Treintje spelen onderdoor", maar dan wel telkens de moeilijkheidsgraad
opbouwen: vertrekken met 2, dan 3, dan 4, enz. ...
- [A] "Rollebollen met twee": de twee duikers, allebei op tuba,
vertrekken rechtstaande tegenover mekaar en houden mekaar vast bij
de bovenarmen. Ze blijven mekaar zo vasthouden terwijl ze onderduiken
voor 2 lengtes (heen en terug) onderdoor waarbij telkens 1 duiker zich
op de rug bevindt terwijl de andere op tuba ademt aan de oppervlakte,
en na enkele meters draaien ze zich om de lengteas zodat de eerste
duiker nu aan de oppervlakte op tuba ademt en de tweede op de rug
hangt, enz.
- [A] "The Walk": ook een klassieker... met enkele loodgordels in de
linker- en rechterhand proberen in het diep rond te wandelen.
- ...